Jan Mankes

Roland Holst karakteriseerde Jan Mankes in 1923 als de ‘Hollands meest verstilde schilder’. Hij geeft hiermee de kern van het werk van Mankes weer. Een oeuvre met een grote liefde voor de natuur van een kunstenaar met bijzondere aandacht voor het detail. Mankes heeft een kort maar productief kunstenaarsleven gehad. Hij overleed reeds op 30-jarige leeftijd aan tuberculose. Jan Mankes heeft zijn gevoel voor de flora en fauna van de omgeving waarin hij vertoefde trefzeker verbeeld. Werk met een zuiver, ingehouden kleurgebruik en evenwichtige compositie. Het oeuvre van Jan Mankes omvat ongeveer tweehonderd schilderijen, vijftig prenten en honderdtwintig schetsen en tekeningen.

Geboren in Meppel in 1889 verhuisde Jan Mankes op vijftienjarige leeftijd naar Delft. Van 1905 tot 1908 werkte hij als leerling in de glasschilderfabriek van J.L. Schouten. Daarnaast volgde hij de avondcursus decoratief tekenen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en begon hij met schilderen. De vogels en vogelnesten die hij tegenkwam in de duinen gebruikte hij als onderwerp. Mankes was zo enthousiast over de schilderijen van zijn stadsgenoot, de etser Derkzen van Angeren, dat hij zelf koos voor het vrije kunstenaarschap. Vanaf 1909 woonde hij met zijn ouders in De Knijpe bij Heerenveen. In een woning aan de Schoterlandse Compagnonsvaart, op een half uur afstand van de bossen van Oranjewoud, midden tussen de kippen, ganzen en geiten, maakte hij zijn ‘verstilde’ meesterwerken.

In 1915 trouwde Mankes met de theologe Annie Zernike, de eerste vrouwelijke dominee in Nederland. Zij vestigden zich in 1918 in het bosrijke Eerbeek in de hoop dat het hier beter zou gaan met de zieke Mankes, die aan tuberculose leed. In de korte perioden waarin Mankes zich goed voelde, was hij onafgebroken aan het werk. In 1920 werd duidelijk dat hij niet beter zou worden. Hij overleed in dat zelfde jaar.